Het Zelf kennen
Geplaatst op: 14-12-2006
Volgens de Chandogya Upanishad kwamen vele goden en mensen naar Prajapati toe om onderwijs te ontvangen, toen hij verkondigde dat alle werelden hem zouden toevallen en alle verlangens zouden worden vervuld van hem die zou begrijpen dat ‘het Zelf vrij is van zonden, vrij van ouderdom, vrij van dood en verdriet en vrij van honger en dorst’. Maar deze kennis komt niet snel, zoals twee jonge studenten ontdekten. Ze hadden 32 jaar gestudeerd voordat Prajapati aandacht aan hen schonk. Hij zei hen in een pan met water te kijken en vroeg hen te beschrijven wat ze zagen. ‘We zien onszelf,’ antwoordden ze, ‘zelfs de nagels aan onze vingers en ons haar.’
‘Dat is het Zelf’, verklaarde de Meester. ‘Dat is het onsterfelijke, het onbevreesde. Dat is Brahma!’
De leerlingen dachten dat ze het Zelf hadden ontdekt dat vrij is van zonde, ouderdom, dood en verdriet, honger en dorst, en vertrokken verheugd om de lering te verspreiden dat het lichaam mooi en gelukkig gemaakt moest worden en moest worden aanbeden. Maar al voordat ze erg ver gekomen waren, stopte een van hen, en realiseerde zich dat dit niet waar kon zijn: Het ware Zelf wordt niet blind als het lichaam blind wordt, en ook sterft het niet als het lichaam sterft. In verwarring keerde hij terug en ging verder met studeren totdat hij tenslotte beter begreep wat het uiteindelijke Zelf of de atman was en hiermee kennis verkreeg over ‘alle werelden en alle verlangens’.
Wat waren de leringen die hem deze kennis verschaften? Ongetwijfeld omvatten ze leringen die nu in de Veda’s en Upanishads zijn opgetekend, die inzicht geven in de wonderbaarlijke en complexe aard van onze ziel, dat wil zeggen van onze psychische gesteldheid, waarvan ons lichaam niet meer is dan een weerspiegeling, zoals onze ziel een reflectie en uitdrukking is van ons ware Zelf (atman). Het is dit ware Zelf, zo vertelt men ons, dat aan ieder deel van onze spirituele, psychische en fysieke geaardheid – zelfs ‘de nagels aan onze vingers en ons haar’ – leven, kracht, gezondheid, gewaarwording, een blauwdruk en richting schenkt.
Deze oude geschriften leggen verder uit dat dit Zelf de bron is van ons bewustzijn dat, omhoog en omlaag beweegt door de niveaus van ons wezen, en ons in staat stelt ons gewaar te zijn tijdens onze diverse dagelijkse activiteiten, gedurende verheven meditatieve ervaringen, en zelfs tijdens onze dromen. In het Sanskriet worden deze bewustzijnsniveaus aangeduid als jagrat, het waakbewustzijn; svapna, van svap, ‘slapen, dromen’; en sushupti, een toestand van diepe slaap die verwijst naar het hogere bewustzijn van de ervaringen van onze geestelijke ziel wanneer ons lichaam in diepe slaap is verzonken. Overdag, wanneer onze aandacht is gericht op persoonlijke zaken, familieaangelegenheden, sociale activiteiten of zakelijke bezigheden, verkeert ons lichaam in de jagrat–toestand – een toestand die vol is van illusies en dingen die we verkeerd begrijpen, die het gevolg zijn van onze zintuiglijke waarnemingen. De svapna–toestand is eveneens vol illusies – voortgekomen uit onze mentale verwarring en vooroordelen. Zulke vervormingen kunnen aanleiding geven tot nachtmerries, maar soms, wanneer er enig ‘licht’ doordringt...... .
Lees verder op:
Bron: http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise2002/septokt2002/zelfkennen.html - Eloise Hart

