Het doen ontwaken van het denkvermogen
Geplaatst op: 31-10-2006
Een gebeurtenis van immens belang die miljoenen jaren geleden heeft plaatsgevonden wordt door tradities overal in de wereld beschreven: het opwekken van het denkvermogen in de mensheid die nog in een kinderlijke staat verkeerde. Terwijl we tevoren als een ras dromerig en zonder doel waren, werden we nu vervuld van de kracht van zelfbewust denken, van keuze, en de wil om te evolueren. Legenden en mythen, heilige geschriften en tempels bewaren het verslag van deze wonderbaarlijke overgang van verstandeloosheid naar zelfbewustzijn, van de onschuld van de Hof van Eden naar kennis en verantwoordelijkheid – alles ten gevolge van de tussenkomst van gevorderde wezens vanuit hogere gebieden die in ons ‘een actief denkvermogen tot stand brachten . . . en een nieuwe beheersing over het denken.’(1)
In de Purana’s van India, bijvoorbeeld, en ook in de Bhagavad–Gita en andere delen van het Mahabharata, staan een aantal verwijzingen naar onze goddelijke voorouders die afstammen van zeven of tien ‘uit het denken geboren zonen van Brahma’. Ze hebben verschillende namen, maar zijn allen uit het denken geboren, manasa, ‘denkend’ (van manas, ‘denkvermogen’, afgeleid van de Sanskrietwortel man, ‘denken, overwegen’). Soms worden ze manasaputra’s genoemd, ‘zonen van het denkvermogen’; vaker agnishvatta’s, zij die agni, ‘vuur’, hebben leren kennen; ook barhishads, zij die voor meditatieve of ceremoniële doeleinden op kusa gras zitten; of er wordt eenvoudig naar hen verwezen als de pitri’s, ‘vaderen’ – termen die de overlevering instandhouden dat de solaire en lunaire vaderen, voorouders, het denken en het vermogen om te kiezen schonken aan de vroege mensheid zodat wij mensen onze verdere evolutie met bewuste intentie zouden kunnen voortzetten.
Het ontwaken van het denken in een hele mensheid zou niet door één enkele heroïsche daad tot stand kunnen zijn gebracht; het moet honderden of duizenden, zo niet miljoenen jaren hebben gekost om dat te bereiken. En de mensen uit die periode van vóór de dageraad waren ongetwijfeld even verschillend als wij dat in deze tijd zijn; de meest verlichte waren waarschijnlijk gering in aantal, de grote meerderheid van de mensheid had een gemiddeld niveau bereikt, terwijl bij sommigen de drijfveer ontbrak om hun latente vermogens actief te maken. De komst van de lichtbrengers was inderdaad een daad van mededogen, en toch was ze ook voorbestemd door karmische banden met de mensheid uit voorafgaande wereldcyclussen...................
Lees verder op:
Bron: http://www.theosofie.net/onlineliteratuur/duizendlichten/3ontwaken.html - Grace F. Knoche

